Autonoom werk 1
In mijn eindwerk onderzoek ik het begrip esthetisch atavisme: de manier waarop oude vormen, functies en betekenissen opnieuw zichtbaar worden in hedendaagse objecten. Het woord atavisme komt uit de evolutieleer en de genetica en verwijst naar het terugkeren van een voorouderlijke eigenschap die generaties lang verdwenen leek. Een klassiek voorbeeld is een mens die wordt geboren met een rudimentair staartje, een paard met drie tenen zoals zijn voorouder Miohippus zo’n 40 miljoen jaar geleden, of een cactus die plots bladeren krijgt. Allemaal sporen van een evolutionair verleden die onverwacht opnieuw doorbreken.
In mijn fotografie vertaal ik dit biologische principe naar een esthetische en materiële context. Ik richt mijn camera op objecten die door slijtage, verwering of vergetelheid hun oorspronkelijke tijdlaag verliezen en iets oers, archaïsch of voorouderlijks beginnen uit te stralen. Het zijn hedendaagse dingen die, door hun beschadiging of verval, lijken terug te vallen op een vroegere staat, alsof hun vorm zich herinnert waar ze ooit vandaan kwamen.
Deze beelden tonen geen nostalgie maar een visuele terugslag: een moment waarop het object zijn moderne identiteit verliest en een oudere, meer elementaire schoonheid naar boven komt. In die scheuren, barsten, roestplekken, rafels en breuken ontstaat een esthetiek die niet ontworpen is, maar opnieuw verschijnt, net zoals bij genetisch atavisme.
Mijn werk zoekt naar dat precieze moment waarop het alledaagse archaïsch wordt, waarop het banale iets tijdloos krijgt en waarop het beschadigde iets essentieels onthult.
























